Bindend studieadvies vloek op universitaire opleiding


Geschreven woensdag 29 januari 1997

Afgelopen maandag heeft de Leidse universiteit als eerste en enige universiteit besloten tot invoering van een bindend studieadvies (BSA). Studenten worden voortaan weggestuurd, wanneer ze van het eerste studiejaar minder dan 50 % halen. Het is dezelfde norm die geldt voor het ontvangen van studiefinanciering. Toch wist slechts 60 % van de eerstejaars studenten in Leiden vorig jaar aan deze norm te voldoen. Bij ongewijzigde studieprestaties zou tot 40 % van de studenten volgend jaar niet alleen de studiefinanciering terug moeten betalen, maar ook levenslang worden weggestuurd. Dit zijn meer studenten, dan dat er studenten zijn die hun studie niet afmaken. Zelfs wanneer een 50 % -eis feilloos de beste studenten zou selecteren, zou dus geschikte studenten de toegang tot de rest van de opleiding ontzegd worden.

Studenten die een bindend studieadvies krijgen, kunnen zich nooit meer voor die studie in Leiden inschrijven. Dit geldt ook voor studies die in Nederland uniek zijn, zoals Japans en Egyptologie en voor studies waarvoor een lotingsprocedure geldt, zoals Geneeskunde.

De Leidse Studentenbond is tegen een bindend studieadvies. Principieel, omdat juist studenten aan een wetenschappelijke instelling zelfstandig moeilijke keuzen moeten maken. En praktisch, omdat het onderwijs en de begeleiding aan de Leidse universiteit nog onvoldoende zijn. Vooraf wil ik u meedelen dat de Leidse Studentenbond wel meegaat in het kwaliteitsdenken en geen moeite heeft met een instelling die eisen stelt. Daarover later meer.

De argumenten tegen het bindend studieadvies zijn te verdelen in drie categorie‘n. Argumenten op basis van principes, instellingsonafhankelijke argumenten en argumenten die specifiek voor Leiden steek houden.

Ten eerste leidt een universiteit studenten op om zelfstandig moeilijke keuzen te maken, keuzen waarbij argumenten voor- en tegen worden afgewogen. Ook bij de beslissing een universitaire studie voort te zetten, kan de universiteit niet meer dan argumenten aandragen: een dringend advies. De student trekt daaruit zijn conclusies.

Ten tweede kan na een jaar niet altijd een goede conclusie over geschiktheid van een student getrokken worden. Er is teveel waaraan een langzame start te wijten valt. De studie is nieuw, er is weinig variaties in vakken, weinig en onpersoonlijk onderwijs, maar ook een nieuwe stad, op kamers wonen, een studentenvereniging. Er zijn veel studenten die langzaam op gang komen, maar later uitstekende studenten blijken te zijn. Sommige VWO-leerlingen hebben nooit leren werken en de meesten gaan met grote verwachtingen naar de universiteit. Zij worden daar niet gestimuleerd en hebben soms maar enkele uren per week contact met de universiteit, contacturen die voor een groot deel bestaan uit colleges, waar een docent met microfoon soms honderden studenten tegelijk aanspreekt. Een videoband is persoonlijker. Studenten missen de aandacht van personeelsleden voor hun persoonlijke en studiegebonden interesses. Dit resulteert in een enorme teleurstelling, die tijdelijk effect heeft op de studie. Een student is liever geboeid door zijn studie, dan gebonden door een advies.

Om de overgang van scholier naar student soepeler te laten lopen, wordt veel gedaan. Op het VWO wordt de tweede fase ingevoerd, waardoor scholieren zelfstandiger leren leren. Zij kiezen uit een beperkt aantal vakkenpakketten die elk op een categorie studies aansluit. Het duurt echter nog een aantal jaren voordat de eerste lichting VWO-ers met deze nieuwe opleiding op de universiteit aankomt. De sociale overgang van thuiswonend student naar een student op kamers kan moeilijk vergemakkelijkt worden. Uitstel van deze stap is vaak niet mogelijk (de universiteit ligt te ver weg) en is zeker niet gewenst.

Een bindend studieadvies verhoogt de druk op studenten, waardoor studenten minder risico durven nemen. De helft van een studiejaar halen is voor een aankomend student vanzelfsprekend, maar als je weet dat tot 40 % het niet haalt, ga je toch reserves inbouwen. Daardoor zullen studenten minder snel lid worden van een studentenvereniging, een bijbaantje nemen of vrijwilligerswerk doen. Ook dit zijn essenti‘le onderdelen van het student zijn. Ze zijn ook met bindend studieadvies mogelijk, maar de tijdsinvestering zal voor aankomende studenten steeds meer als een onnodig risico worden gezien. Na een negatief bindend studieadvies is het eerste studiejaar immers voor niets geweest.

Tenslotte wil ik kort op de Leidse situatie ingaan. Voor- en tegenstanders van het bindend studieadvies zijn het erover eens dat het onderwijs en de begeleiding aan de Leidse universiteit onder de maat zijn. Voorstanders van het bindend studieadvies roepen om het hardst dat het erom gaat dat nu het onderwijs wordt opgeschud en dat er begeleiding in de vorm van een mentoraat komt. Tegenstanders zijn hiermee even blij, maar zien niet in waarom aan deze veranderingen een bindend studieadvies gekoppeld moet worden. Onderwijsverbetering en studiebegeleiding is op andere universiteiten immers ook mogelijk, en soms met verbluffend betere resultaten. In Leiden wordt vaak gezegd: Leiden is de oudste universiteit in Nederland, en dat kun je aan ons onderwijs zien.

Wat zijn eigenlijk de argumenten voor een bindend studieadvies?

Hierboven werd al het Leidse argument genoemd dat er eindelijk aandacht komt voor het onderwijs. Personeel wordt op het aantal wetenschappelijke publicaties afgerekend en onderwijskundige kwaliteiten spelen bij functioneringsgesprekken nauwelijks een rol. Een onderwijscarri¸re is dan ook onmogelijk. Het bindend studieadvies doet een moreel beroep op docenten om aandacht aan het onderwijs te geven. De om kwaliteitsonderwijs roepende docent in de woestijn wordt nu gehoord. De Leidse Studentenbond ontkent dit effect niet. Hem ontgaat echter het structurele karakter van de verbeteringen. Het bindend studieadvies is nieuw, en daarom kan een onderzoeker verantwoorden dat hij er tijd aan besteedt. Na invoering is dat over.

Het bindend studieadvies als middel om onderwijs te verbeteren, is een zwaktebod. Onderwijsverbetering moet zonder meer hoog op de agenda staan. Nu worden geschikte studenten weggestuurd als ruilmiddel voor iets dat al vanzelfsprekend is. Daarnaast is het argument een reden om het besluit nietig te verklaren, omdat het voldoet aan de criteria voor het algemeen bestuursverbod Ōdetournement de pouvoirÕ. Een bevoegdheid mag niet gebruikt worden voor andere doelen dan waarvoor zij is bedoeld. Het bindend studieadvies is een wettelijke bevoegdheid om ongeschikte studenten te verwijzen naar een geschiktere opleiding, niet als onderwijsverbeterend instrument.

De aandacht voor het onderwijs is bovendien slechts daar aanwezig, wanneer de relatie met het bindend studieadvies wordt gelegd. Tijdens de Leidse proefprojecten met een bindend studieadvies zijn bij een reorganisatie aan de faculteit sociale wetenschappen veel personeelsleden met onderwijskwaliteiten ontslagen. De selectie is immers gebaseerd op onderzoeksresultaten: alleen personeelsleden die niet gepromoveerd zijn, worden ontslagen. Wanneer een sociaal wetenschapper als Diekstra ervan wordt beschuldigd plagiaat te plegen, is het nodig dat hij zelf ontslag neemt. Ambtenaren kunnen immers, behalve bij noodzakelijke reorganisaties, bijna niet ontslagen worden. Dit geldt ook voor de slechte docent. En als een personeelslid al ontslagen wordt, kan de universiteit vanuit financieel oogpunt wegens gedecentraliseerde wachtgelden jarenlang geen vervanger aanstellen. Dan wordt vaak gedacht: een slechte docent is beter dan geen docent.

Naast het effect op het onderwijs, wordt vaak als argument voor invoering van een bindend studieadvies genoemd dat het studieadvies een service is aan de student. Wanneer ongeschikte studenten verwezen worden naar een betere opleiding, komt elke student zo snel mogelijk op de juiste plaats terecht. Niemand zal dit ideaal aanvechten, ook wij niet. Het studieadvies zoals dat nu in Leiden wordt ingevoerd, voldoet echter niet aan het ideaal.

Verwijzing houdt geen verplichting in, een bindend studieadvies wel. Juist een universiteit zou er recht aan doen de student als zelfdenkend mens te zien. Een mens dat misschien nog niet in staat is alle argumenten boven tafel te krijgen, maar dat tenminste de capaciteiten heeft argumenten tegen elkaar af te wegen. Wanneer de universiteit een service aan de student wil aanbieden, dan is dat een verzameling van argumenten waarom de student beter een andere studie kan kiezen. De student vult die verzameling aan met zijn eigen argumenten en neemt zelf een beslissing. Wanneer keuzen voor je gemaakt worden door mensen die denken je daarmee te helpen, dan riekt dat naar de voormalige Sovjet-Unie. Het verschil zit hem erin dat de studenten in Leiden niet in lange rijen voor de deur zullen staan, omdat in de meeste gevallen de gewenste studie ook aan een andere universiteit te volgen is.

De 50 % -eis als criterium voor ongeschikte studenten is zeer zwak, evenals andere criteria die uitgaan van behaalde studiepunten en tijdsduur. De al eerder genoemde aanpassingsproblemen in het eerste studiejaar zorgen voor vals-negatieve adviezen. Een student haalt te weinig studiepunten en wordt weggestuurd. Hij krijgt geen kans aan te tonen later in de studie succesvol te kunnen zijn. Pas in de doctoraalfase worden inzicht, gezonde twijfel en eigen initiatief en inbreng belangrijk en zijn de basisvakken klaar. Maar ook de student die de 50 % haalt, wordt daar niet beter van. Wanneer de op kennis gebaseerde basisvakken in het eerste jaar gehaald zijn, kan nog makkelijk blijken dat de student niet geschikt is voor een academische studie. In het eerste jaar wordt niet geselecteerd op criteria als eigen mening, kritisch lezen en overzicht over een ingewikkeld terrein. Wanneer deze eigenschappen in een student ontbreken, is een succesvol vervolg van de studie onmogelijk. Misschien haalt de student zijn bul wel, maar dat komt dan door slechte tentamens waarin inzichtvragen ontbreken.

Tenslotte wordt als argument voor het bindend studieadvies gebruikt dat daardoor de goede studenten na het eerste jaar niet meer opgehouden worden door de minder goede student. In onderwijsland bestaan over de wenselijkheid van homogene groepen grote verschillen van mening. Tegenstanders van homogene groepen zullen dit argument zonder meer afkeuren. Zij gaan ervan uit dat de goede student ervan leert wanneer hij de minder goede student helpt en dat de minder goede student erbij gebaat is niet alleen van een docent, maar ook van medestudenten te leren.

De Leidse universiteit wil een top-universiteit zijn en is dus voorstander van kwalitatief min of meer gelijke studenten in een groep. Het bindend studieadvies is hiervoor geen oplossing, omdat de slechte student ook nu niet door het eerste studiejaar komt. Hij haalt de tentamens niet. De matige student die wel door het eerste jaar komt, zal door het bindend studieadvies misschien zelfs minder hard getroffen worden dan de excellente student. De excellente student heeft immers op het VWO niet leren werken en zal dat in het eerste jaar moeten leren. Gecombineerd met de teleurstelling na extra hoge verwachtingen van het universitair onderwijs in Nederland, zal dit het eerste jaar een terugslag geven.

Het streven naar kwaliteit aan de Leidse universiteit, wordt door de Leidse Studentenbond gewaardeerd. Ook zij wil kwalitatief goede docenten en studenten. Studenten selecteer je echter niet op studietempo, dat doet de minister al via studiefinanciering. Goede studenten selecteer je als universiteit op academische normen als inzicht, gezonde twijfel en eigen mening. Wanneer tentamens daarop gebaseerd worden, zullen studenten die regelmatig een onvoldoende halen zelf de conclusie trekken ongeschikt te zijn. Hiervoor is het nodig tentamens met meer zorg op te stellen en in colleges niet de stof te behandelen maar het omgaan met die stof. De stof leert de student voordat hij college heeft, zodat het college een uitdagende denk-exercitie wordt. Het universitair en facultair bestuur kunnen tentamens en colleges hierop toetsen. Maar belangrijker nog dan het toetsen, is het loslaten van het rendementsdenken.

Het rendementsdenken is gebaseerd op het principe Ōgeld voor elke voldoendeÕ. De minister betaalt de universiteit niet voor onderwijs, maar voor diplomaÕs en inschrijvingen van studenten. Daardoor wordt het financieel van belang dat genoeg studenten een tentamen halen. In Leiden, maar ook elders, gebeurt het dan ook met de regelmaat van de klok dat tentamencijfers worden opgehoogd, tentamenvragen makkelijker worden gemaakt of dat tentamenstof verdwijnt. Ook de student heeft hierbij belang, omdat ook hij op studiepunten (lees tentamens) wordt afgerekend. Makkelijke tentamens leveren universiteiten en studenten dus geld op en moeilijke tentamens kosten geld. Het rendementsdenken beloont het geven van een voldoende, ongeacht de onderwijskwaliteit. Het loslaten ervan kost geld. Ook het bindend studieadvies gaat de universiteit naar alle waarschijnlijkheid miljoenen per jaar kosten. De Leidse universiteit heeft met de keuze voor een bindend studieadvies een grote kans op onderwijsverbetering laten lopen.

Meer dan het invoeren van een bindend studieadvies, getuigt het van lef om het rendementsdenken te verlaten. Laat docenten, zonder financi‘le consequenties, zelf de eisen stellen waaraan zij vinden dat studenten moeten voldoen. Het moet afgelopen zijn met financi‘le dreigementen en represailles van het bestuur wanneer een tentamen slecht wordt gemaakt. Laat studenten maar blokken voor een tentamen. De onderwijskwaliteit gaat omhoog, wanneer studenten harder voor een tentamen moeten werken en d‡‡rom beter onderwijs en begeleiding eisen. Paradoxaal genoeg zal het bindend studieadvies het rendementsdenken versterken. Een student die een tentamen niet haalt omdat er hoge eisen aan hem gesteld worden, wordt daardoor z— extreem zwaar gestraft, dat docenten het wel uit hun hoofd laten hoge eisen te stellen. Ook het bestuur zal met een bindend studieadvies geen hoge eisen stellen, omdat het aantal beroepszaken tegen zoÕn advies daardoor zal stijgen.

Het bindend studieadvies is geen oplossing. De oplossing voor de problemen die hierboven geschetst zijn, liggen in het verbeteren van studiebegeleiding en persoonlijk contact tussen opleiding en student, het geven van vrijblijvend maar dringend advies op basis van argumenten in plaats van studiepunten, het loslaten van het rendementsdenken en het permanent hoog op de agenda zetten van het onderwijs. Docenten moeten leren lesgeven, onderwijs moet dezelfde status krijgen als onderzoek, bestuur moet slecht functionerende docenten kunnen ontslaan, nieuw personeel moet op onderwijskwaliteit getoetst worden en propaedeusedocenten zouden bij voorkeur part-time op middelbare scholen moeten doceren.

Kortom, de Leidse universiteit zal met haar matige onderwijs een paternalistische universiteit zijn wanneer zij tot 40 % van haar studenten levenslang wegstuurt, om het gewenste imago van top- universiteit te bereiken. Leiden bevindt zich in een hypnose, waarin de drang om zich te profileren het wint van hetgeen waar het werkelijk om gaat: goed onderwijs. Het bindend studieadvies is een vloek op een academische opleiding. Zij ondermijnt de student als zelfdenkend mens en vernietigt daarmee de essentie van de Leidse universiteit.

Joeri Oudshoorn

De auteur is zesdejaars student Psychologie en voorzitter van de Leidse Studentenbond