Landjepik

Zondag 11 oktober 1998 bezocht ik het mede door de Haagsche Courant georganiseerde debat over annexatie. Daarover niets dan lof. Het was voor mij een prima mogelijkheid om me te verdiepen in deze zaak. Als inwoner van Den Haag en vrijwilliger in Voorburg heb ik met beide kanten van de medaille te maken. Het debat en de na afloop informele borrel boden dan ook alle gelegenheid mijn vragen weg te nemen.

Het schetste dan ook mijn verbazing dat na afloop bij de borrel zowel voorstanders als tegenstanders van de annexatie aangaven nagenoeg dezelfde analyse te delen en eenzelfde oplossing na te streven. In de berichtgeving over het debat mis ik die dimensie. Ik lees slechts een smeuïg sfeerbeeld. Analyse ontbreekt, evenals een op de borrel breed gedragen oplossing.

De volgende analyse en oplossing zijn gebaseerd op de gesprekken die ik zondag meemaakte. De in het onderwerp ingevoerde lezer heeft ongetwijfeld een analyse die op meer en betrouwbaarder gegevens is gebaseerd. Ik krijg dan ook graag commentaar op het onderstaande.

Er zijn drie problemen binnen de regio Haaglanden waarvoor de oplossingen de grenzen tussen de gemeenten overschrijden.

Een structurele en duurzame oplossing wordt vermoeilijkt door in het verleden ontstane financiële en sociaal culturele kenmerken van Haaglanden.

Financieel heeft Den Haag in het verleden - en mogelijk ook nu nog - grote blunders gemaakt waarvoor de regiogemeenten niet willen opdraaien. Zij stellen dat de financiële problemen van Den Haag aan haarzelf te wijten zijn.

Er is een tweedeling tussen rijk en arm in de regio Haaglanden ontstaan, die deels het gevolg is van het in het verleden gevoerde woningbouwbeleid van Den Haag, deels het gevolg van (economische) voorwaarden voor vestiging van de randgemeenten.

De gemeentelijke lasten liggen in Den Haag extreem veel hoger dan in de randgemeenten. Dit ligt zowel aan het financiële beheer van Den Haag in het verleden als aan het grote percentage weinig draagkrachtige inwoners van Den Haag.

Annexatie - in de voorgestelde vorm - wordt door voorstanders en tegenstanders als niet duurzaam en onvoldoende effectief gezien. Voorstanders zien het deels als het best haalbare op korte termijn, deels als een onontkoombare straf voor onvoldoende samenwerking in het verleden. Tegenstanders zien het als een ondermijning van een goed beleid op langere termijn, terwijl voorstanders de annexatie ook niet als lange termijn oplossing zien.

Voor- en tegenstanders van annexatie zijn van mening dat in de toekomst meer moet worden samengewerkt en dat de grootstedelijke problematiek inderdaad een probleem is dat door de Haaglanden gemeenten gezamenlijk moet worden opgelost. Ideale oplossing daarvoor is de stadsprovincie, of een andere vorm van regionale samenwerking onder regie van een hoger orgaan.

Regiogemeenten willen in een stadsprovincie zoveel mogelijk zelfstandigheid bewaren. Daarmee houden zij bij onderhandelingen een soort veto-recht achter de hand. Zonder die vergaande zelfstandigheid van de regiogemeenten wordt een overkoepelend orgaan erg machtig. Den Haag - dat even groot is als de overige regiogemeenten bij elkaar - kan in een overkoepelend orgaan bijna alles doordrukken.

Maar als de gemeenten in een stadsprovincie een soort veto-recht hebben, zal de samenwerking niet veel groter worden dan nu het geval is - of is daarvoor tenminste geen garantie aanwezig. Vrijwillige samenwerking is - ondanks de inspanningen van de regiogemeenten - in de ogen van het provinciebestuur van Zuid Holland en de gemeente Den Haag onvoldoende effectief geweest. Algemeen wordt aangenomen dat met een zwak overkoepelend orgaan in de praktijk niet veel zal veranderen.

Gezien het verschil van inzicht over de aan een stadsprovincie toe te kennen macht - en andere politieke uitruilafspraken op landelijk niveau - heeft de landelijke politiek besloten geen stadsprovincie in te voeren. Het regioprobleem werd dus bij het provinciebestuur gelegd.

Het provinciebestuur constateert dat in Haaglanden inmiddels een kritieke situatie is ontstaan, waarin snel een oplossing moet worden geboden. De regio Haaglanden moet nationaal en internationaal slagvaardig bestuurd worden. De tweedeling tussen rijk en arm moet in de regio worden verminderd. De provincie kan ofwel de grootste gemeente een leidende rol geven in dit proces, ofwel de regiogemeenten tot meer samenwerking aansporen.

Kiest de provincie ervoor de gemeente Den Haag een leidende rol te geven, dan moet dat voor 1 januari 1999 gebeuren. Tot dat moment kunnen immers hele wijken - de nog onbewoonde vinexlocaties - via grenscorrecties aan Den Haag worden toegekend. Na 1 januari 1999 wonen er teveel mensen in deze wijken, en moet de landelijke politiek over gemeentelijke herindeling beslissen. Na 1 januari 1999 heeft de provincie dus geen afdoende mogelijkheid meer om in te grijpen.

De beproefde formule van de provincie, een beroep op meer samenwerking, is dus - gezien de in de ogen van de provincie onvoldoende resultaten in het verleden - niet meer verantwoord. Kiest de provincie nu niet voor grenscorrecties, dan zal zij daarna lijdzaam moeten toekijken hoe gemeenten de problemen onderling aanpakken.

De provincie kan - aangenomen dat de landelijke politiek niet op haar besluit terugkomt - niet anders dan een grenscorrectie per 1 januari 1999 doorvoeren. Zij ziet daarin geen oplossing op lange termijn, maar door een korte termijnoplossing als de grenscorrectie ontloopt ze niet de verantwoordelijkheid in te grijpen in de problemen van de regio Haaglanden. En dat is immers de taak die haar toebehoort.

Een werkelijke oplossing - zoals voorstanders en tegenstanders deze delen - kan niet op provinciaal niveau worden gevonden. De daarvoor nodige middelen heeft alleen de landelijke politiek.

Groot manco in de voorgestelde sterke stadsprovincie is immers de ongelijke grootte van de erin gelegen gemeenten. De vrees van de regiogemeenten voor Haagse dominantie in een sterke stadsprovincie is immers reëel. Deze vrees kan worden weggenomen door ofwel de Haagse gemeente in enkele gemeenten op te delen, ofwel regiogemeenten samen te voegen. Hierdoor ontstaan bestuurlijk aan elkaar gewaagde gemeenten. Een sterke stadsprovincie wordt dan niet door één van de gemeenten gedomineerd.

Voor- en tegenstanders van annexatie zien hierin een reële oplossing, effectief en duurzaam. Breed heerst overigens de verwachting dat deze oplossing binnen een jaar of tien alsnog zal worden gekozen.

Het provinciebestuur is niet bevoegd gemeenten te herindelen, noch om een stadsprovincie in te voeren. Een besluit tot opdelen van de gemeente Den Haag, of het samenvoegen van regiogemeenten kan alleen door de landelijke politiek genomen worden.

Annexatie leidt slechts tot onderlinge irritatie, en moet voorkomen worden. Aan de andere kant is een sterke regie in de regio onontbeerlijk. De provincie heeft op dit moment de verantwoordelijkheid van de landelijke bestuurders gekregen om die regie te bewerkstelligen, en kiest daarom - ondanks alle nadelen - voor het enige middel dat zij daartoe heeft: grenscorrectie.

De oplossing is erin gelegen nog voor 6 november - de dag dat de provincie over de grenscorrectie moet beslissen - de verantwoordelijkheid voor een sterke regie uit handen van de provincie te nemen.

Hiertoe zouden alle gemeenten in de regio met de provincie en de landelijke politiek om de tafel moeten gaan zitten. De provincie kondigt in dit gesprek aan dat zij - genoodzaakt - de annexatie zal doorvoeren. Zij komt alleen terug op dit besluit als er voor 6 november een onomkeerbaar besluit van de regio Haaglanden ligt, dat ertoe leidt dat alle gemeenten in Haaglanden meewerken aan een sterke stadsprovincie.

In het plan moet tenminste staan hoe een evenwichtige machtsverdeling tussen de gemeenten wordt gerealiseerd - opdelen Den Haag of samenvoegen regiogemeenten en welke bevoegdheden aan de sterke stadsprovincie worden toegekend - bestemmingsplannen, grootstedelijke problemen, infrastructuur enz. Terwijl de gemeenten in een hogedrukpan een compromis maken zoekt de provincie steun bij de landelijke politiek.

De landelijke politiek volgt de discussie en besluit voor 6 november of zij de verantwoordelijkheid van de provincie Zuid Holland wil overnemen. Zo snel mogelijk stelt zij duidelijke eisen waaraan het door gemeenten en provincie te bereiken compromis moet voldoen.

Wanneer de landelijke politiek nog twijfels heeft, kan zij de verantwoordelijkheid van de provincie alsnog overnemen en overgaan tot een (gedwongen) gemeentelijke herindeling na 1 januari 1999.

Tenslotte kunnen voor- en tegenstanders de locale bestuurders onder druk zetten zo'n compromis te sluiten. Eventueel zouden de bewoners zelf een voorstel kunnen schrijven, dat ze aan de bestuurders voorleggen.

Wordt voor 6 november geen oplossing gevonden, dan blijft de regio Haaglanden nog jaren lang in het ongewisse over haar toekomst. En ondanks de oplossingen die annexatie op korte termijn voor Den Haag biedt, zal van een sterke regie in de regio Haaglanden voorlopig niet veel te merken zijn. Een gemiste kans.